top of page

The moment of social dialogue?


We leven in staat van oorlog. Alle gezinnen zien al hun levensbehoeften duurder worden. Torenhoge energiekosten treffen iedereen midscheeps. Voor de bedrijven exploderen bovendien de prijzen voor grondstoffen en materialen, terwijl de loonindexaties zich automatisch vermenigvuldigen. De recessie is nakend. Overvraagde regeringen, al opgezadeld met structurele miljardentekorten van voor de crisis, geraken uitgeput in hun vermogen om nog meer steunmaatregelen met nog meer schulden te schragen.


Dit is niet een pandemie die even alles vastzet om nadien alles dubbel en dik los te laten. Dit is een kanteling van onze energie-architectuur, van de geopolitieke wereldorde, van de investerings- en handelsstromen in de globalisering. Ze komt bovenop de fundamentele transitie naar een post-fossiele economie, bovenop de demografische vergrijzing, bovenop de structurele crisis van vluchtelingen en immigratie. In België komt ze bovenop de erfenis van twintig jaar dralen en falen om een uitdijende welvaartsstaat en overheidswerking duurzaam met welvaartscreatie en budgettaire duurzaamheid te stutten.


Het zou helemaal anders kunnen en moeten. België is immers gezegend met een institutioneel complex van overleg dat alle sectoren in consensus mee beheert. Dit zou hét moment moeten zijn van dat fijnmazige sociaal overleg, van die structuren van vertegenwoordigers en technische expertise, van al die verbindingen tussen stakeholders in de economie. Wat is daarvan de toegevoegde waarde? Die dure constructie die in goede tijden voor gedeelde vooruitgang staat, zou ons in slechte tijden cohesie en daadkracht moeten bieden. Permanente samenwerking zou wendbaarheid en draagvlak moeten betekenen in de confrontatie met grote gemeenschappelijke uitdagingen.


De kansen liggen voor het rapen. De volatiliteit in de economie, tegen de achtergrond van de pensioneringsgolf van de babyboomers, betekent een paradoxale arbeidsmarkt die werkloosheid met schaarste verbindt. De energie-oorlog met Rusland dwingt transversaal tot energie besparen, optimaliseren en mobiliseren. De successie van automatische loonindexeringen bedreigt meer dan vijftien jaar collectieve inspanningen voor een herstel van onze concurrentiekracht via loonmatiging. Stuk voor stuk enorme kansen voor crisisoverleg.


Dat overleg zou over drie vragen kunnen gaan. Eén: kunnen we creatief het schaarse talent inzetten, begeleiden, delen en laten evolueren richting de economie van de toekomst? Twee: kunnen we solidair en strategisch een energienoodplan maken dat ons kritieke industriële weefsel maximaal vrijwaart? Drie: kunnen we spitsvondig omgaan met loonevolutie om koopkracht met concurrentiekracht te verbinden? Werkgevers en vakbonden zouden zij aan zij het moment kunnen grijpen.


Maar ze vertikken het. Het top-down sociaal overleg verzandt in claims van het eigen gelijk, verergert de crisis en versnelt de polarisatie van de partijpolitiek. Het is intriest, het is onverantwoord, het is godgeklaagd. Maar het is niet anders. Zelfs over de verdeling van schaars geld – de zogenaamde welvaartsenveloppe voor hogere uitkeringen – vindt men zelfs geen gemene deler meer. Zo laag ligt intussen de lat: voor het verdelen van een gekregen taart, geraakt men zelfs niet tot een ernstig gesprek. Wat kan je dan in hemelsnaam nog verwachten als het gaat om samen pijn en een tijdelijke collectieve verarming te dragen?


Er komt misschien een moment om het failliete consensusmodel te herijken, na de verkiezingen van 2024. Intussen is de complexe federale regering ondermijnd door de onwil van de overlegpartners die elk rekenen op hun politieke handlangers om gelijk te halen. De regering moet bovenal één zaak doen: niet toelaten dat een cascade van algemene loonindexeringen ons twintig jaar terug in de tijd katapulteert. De geschiedenis heeft ons al veel pistes geboden: overslaan, uitstellen, afvlakken, netto in plaats van bruto, centen in plaats van procenten. Grijp in voor het te laat is. Koppel dat aan dat andere heilige huisje: laat meer onderhandelde loonstijging toe in bedrijven die goed boeren.


De vaandelvlucht van het sociaal overleg riskeert de erfenis van deze regeerperiode volledig te verwoesten. Er zijn al de torenhoge overheidsschulden. Als we daarbij nog onze concurrentiekracht verliezen, is het terug naar de donkere jaren tachtig. Toen volgden drie indexsprongen, een devaluatie en lange jaren van besparing.

コメント


Terug
bottom of page