Europa’s venster van opportuniteit
- 10 jun
- 3 minuten om te lezen
2026 is een veel beter jaar voor Europa dan 2025. Als de sterren gunstig blijven staan, kan het een topjaar worden.

Kan 2026 Europa’s jaar worden? Nog geen jaar geleden gingen Europese leiders door de knieën. Zij kozen voor zelfvernedering uit zelfbehoud tegenover een Donald Trump die alle kaarten in handen had. Vandaag vecht Oekraïne Rusland tot een patstelling met Europees geld en met eigen dronetechnologie die uitgroeit tot een hoeksteen van de Europese defensiecapaciteiten.
In Oekraïne stond Europa altijd op het menu, maar zat het nooit aan tafel. Nu de Verenigde Staten gefrustreerd en afgeleid zijn door het Midden-Oosten, nu Trumpiaanse diplomatie eindigt in Russische onverzettelijkheid, kan Europa alsnog een stoel eisen en het menu herschrijven. De E3 van Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ontpopt zich tot een nieuwe motor. Groenland en Iran zijn een psychologisch kantelpunt. Europese leiders hebben geleerd nee te zeggen tegen de Verenigde Staten en gelijk te krijgen. Europa trekt verder, in het besef dat Amerika wel essentieel, maar niet noodzakelijk onmisbaar is.
Ondertussen krijgt achter de façade van de intra-Europese diplomatie geleidelijk een geoeconomisch Europa vorm. De Europese Unie ontwerpt haar architectuur. Extern via recente geopolitieke handelsakkoorden met India, het Mercosur-blok, Australië en Indonesië. Intern via een ontluikende industriële strategie rond Europese defensie, economische veiligheid, strategische autonomie, energie en technologische soevereiniteit. Een groeiend arsenaal van economische sancties, tarieven, quota, anti-dumpingmaatregelen en koolstofheffingen staat klaar om handel om te buigen voor industrieel beleid.
Natuurlijk blijft veel van de feitelijke macht bij de lidstaten, die nog steeds over het grootste deel van het politieke en financiële gewicht beschikken. Maar er wordt eindelijk gehandeld, en wel op schaal. Duitsland bouwt koortsachtig aan Europa’s grootste militair-industriële complex, Frankrijk aan de kern van een soevereine Europese AI-sector. Ook het Europese apparaat schakelt over naar uitvoeringsmodus. Het bindt zichzelf aan concrete deadlines voor de realisatie van de “One Europe, One Market Roadmap”, die de Europese markt moet inzetten als hefboom voor geoeconomische slagkracht. De langverwachte kapitaalmarktenunie wordt voortgestuwd door een coalitie van zes grote EU-economieën, mogelijk het begin van een versnelling richting een Europa van verschillende snelheden in geopolitieke ambitie.
Dan is er nog de geografie – cruciaal voor Europa’s macht en invloedssfeer. Ook daar beweegt het, veel verder dan de post-Brexit-normalisering met het Verenigd Koninkrijk. De top over de Westelijke Balkan in Montenegro doorbrak vorige week de uitbreidingsmoeheid rond Montenegro en Albanië, terwijl tegelijk nieuwe vaart werd gegeven aan Moldavië en Oekraïne. Dat Duitsland en Frankrijk gezamenlijk pleiten voor geleidelijke integratie, is een belangrijke erkenning dat Europa’s geografie om een snel voldongen feit vraagt, zelfs wanneer een volledig lidmaatschap onder het EU-recht nog een lange klim blijft.
Veel kan Europa’s momentum nog doen ontsporen. Nieuwe externe schokken kunnen zich aandienen: op energie vanuit de Golf, op handel vanuit de Verenigde Staten, op industrie vanuit China of op veiligheid vanuit Rusland. De Europese besluitvorming blijft log en afhankelijk van nationale politiek. De leiders van de E3 mogen dan voluntaristisch zijn, zij kampen thuis allemaal met stevige politieke tegenwind. Het debat over de volgende meerjarenbegroting van de EU kan nog bijzonder giftig worden.
Maar momentum kan kantelpunten creëren. Als Europese leiders hun venster van opportuniteit grijpen voordat nieuwe schokken alle politieke zuurstof opzuigen, zou 2026 wel eens een keerpunt kunnen worden voor een werkelijk geopolitiek Europa.
Verschenen als column in Trends van 10.06.2026